Nadat Harmodios door Hipparchos geprobeerd was versierd te worden, maar niet overgehaald was, verklapte hij het aan zijn minnaar Aristogeiton. En omdat die jaloers was en bang voor de macht van Hipparchos, namelijk dat deze Harmodios met geweld zou verkrijgen, beraamde hij een plan om de tirannie ten val te brengen. Nadat Hipparchos het ondertussen nogmaals geprobeerd had, maar Harmodios weer niet overgehaald had, wilde hij niets gewelddadigs doen, maar hij vernederde hem op heimelijke wijze. De zus van Harmodios, die in een of andere processie een mandje met offergaven zou dragen, stuurde hij namelijk weg, zeggend dat ze niet waardig was. Bovendien schold hij Harmodios ervoor uit dat hij een mietje was. Omdat Harmodios dit zwaar opnam, raakte ook Aristogeiton verbitterd.
Zij wachtten dus met een aantal samenzweerders op de Grote Panathenaia, een dag waarop het niet verdacht zou zijn dat burgers die de processie begeleiden, gewapend zijn. Bij het aanbreken van de feestdag, toen Harmodios en Aristogeiton op de Akropolis waren en een van de samenzweerders vertrouwelijk met Hippias zagen praten, dachten zij dat ze verraden werden, en ze waren bang dat ze direct gearresteerd zouden worden. En omdat ze iets wilden doen zolang ze het zouden kunnen, renden ze omlaag, zodat ze vóór hun arrestatie wraak konden nemen op Hipparchos, en ze doodden hem, terwijl hij de processie aan het organiseren was, en ze bedierven de hele actie. Want Harmodios werd meteen door de lijfwachten gedood, en Aristogeiton werd later gearresteerd en omgebracht.